Het praatje bij dit plaatje. Quote uit Golden Girls: “Picture this: Oss, 1986. Mijn vader heeft een nieuwe baan en in de vorige baan, die hij een heel jaar daarvoor had, had hij geen auto van de zaak. Dus zelf een “verstandige keus” gedaan en een Volvo 340 GL diesel gekocht <kuch >. Bij de nieuwe baan hoorde wel weer een auto, en dat mocht iets zijn in de orde van een Volvo 240, Renault 25 e.d. Mijn broer en ik mochten mee bij de oriënterende zoekronde. 240? Pa, nee, je bent net 42, doe normaal! Renault 25? Mwah, kan. Hey, een Scorpio, dat kan ook! Hij reed er een kort rondje mee en bestelde een witte 2.0 CL. Wel wilde hij de doorlopende middenconsole uit de GL. Dat bleek bij de aflevering niet zo’n goed idee, want de dealer wist geen andere oplossing dan de CL-middenconsole net onder de asbak af te zagen en die van de GL er onder te schuiven… Echt gebeurd. Maar goed, als toen 15-jarige vond ik het geweldig dat “wij” een Scorpio hadden. Wat een enorme kist, wat een dikke auto. Maar ja, Jan van der Schoot, a.k.a. Prins Ronald den Urste, reed er na 9 maanden de complete rechterhelft van af, na een iets te gezellige avond met de Geffense carnavalsclub… Geen menselijk leed, gelukkig. Dus een nieuwe Scorpio was snel besteld: dit keer werd een bordeauxrode 2.0i GL; zo’n afgezaagde middenconsole zou niet nog eens gebeuren. Deze Ford bleek later de eerste auto te zijn die m’n vader gedurende het hele leasecontract heel heeft gehouden en ook netjes uit het contract heeft gereden.
Dan, een paar jaar later, haal ik zelf m’n rijbewijs. Krantenwijken, horeca, vakkenvullen en zo is allemaal niet zo aan mij besteed. Taxichauffeur, dat lijkt me nou weer wel wat. Bij een via mijn broer bekend taxibedrijf mag ik een proefritje maken, met de baas van het bedrijf, in een… Scorpio. Een witte 2.0GL. Na een kwartier gelooft hij het wel, het weekend daarop mag ik beginnen.
Zoals alle nieuwe “weekendchauffeurs” mag ik met de oudste auto beginnen, een vroege zwarte Scorpio met dik 4 ton op de klok en een stoel zo doorgezeten als een bejaarde prostituee op de Wallen. Gelukkig blijkt al snel dat ik goed voor m’n auto zorg, het ook als chauffeur best aardig schijn te doen en dus al snel met de wat betere auto’s mag rijden. Ook word ik ingezet voor het directievervoer van Organon, Unilever en Akzo Pharma. Dat betekent ook dat ik vrij regelmatig met de auto van de baas zelf mag rijden: een zwarte Scorpio mk1, 2.9i GL. Holy f*ck, dan ben je als 19-jarig studentje wel het mannetje. Het (kleine) taxibordje er af (de baas heeft dat als enige bij zijn auto; alle andere auto’s hadden zo’n groot bord dwars over het hele dak). Op zaterdag eerst met een of ander baasje naar Schiphol of Düsseldorf en “leeg” retour. Onderweg een keer naar huis bellen met de vast-ingebouwde ATF-2 telefoon (ja, zo oud ben ik). Terug in Oss het gewone uitgaansleven rijden. Natuurlijk zonder dat bordje, want man, man, wat is dat dik zo….
En daar komt mijn liefde voor de Scorpio vandaan. Ja, klopt, zeker die 2-liter viercilinders zijn dweilen en waaiden bij het minste of geringste van een winderige binnenweg af. Maar die 6-pitter was flink zwaarder in de neus, en daarin was het al stukken beter. En elke Scorpio kon je op een natte klinkerweg zonder enige moeite met een zwaaiend uitbrekende achterkant sierlijk door een lange bocht schuiven. En vergeet niet, ik was 19. Op het gebied van zelf autorijden had ik geen enorm pallet aan ervaring, dus dan lijkt zo’n Scorpio al snel een hele auto. Vergeet ook niet het tijdsbeeld en een Scorpio was ook niet ontworpen voor de snelste ronde op de Ring.
Vanwege dit hele verhaal kijk ik wel eens met een schuin oog op Mobile.de. Soms, heel soms, komt er nog wel eens 1 voorbij. Maar ik wacht op die ene, die Renntnerfahrzeug, die zwarte, handgeschakelde 2.9i GL met schuif-/kanteldak.
Greetz,
Walter